MALOU SWINNEN 2005 UIT HET ARCHIEF

🕔02 Nov 2019 21:49

‘Ik toon mezelf in de echo van ieder portret’


foto reportage luc gees

We zitten tegen over elkaar in haar werkkamer annex fotostudio. Het bevreemdt me dat ik de fotografe die tegenover me zit, tot op de dag van vandaag niet kende, maar haar affiches wel. In de gang viel Els Deceukelier, steractrice en poulaine van Jan Fabre, haast uit haar poster tegen me aan toen ik langs haar vervellende gezicht liep: Etant donnés. ‘Ik werk al zo’n jaar of tien regelmatig samen met Jan’, zegt Malou Swinnen me. Eigenaardig toch, denk ik, dat ik die posters zo goed ken en me nooit heb afgevraagd wie daar achter staat. Of beter: wie er vóór stond om die pakkende portretten dankzij het licht voorgoed te vangen.


‘Ik had nog nooit een camera in mijn handen gehad toen ik op mijn drieëndertigste ontdekte dat fotografie mijn medium was.  Kiekjes maken had ik altijd afschuwelijk gevonden. Maar de manier waarop een toevallige kennis met fotografie bezig was, maakte het vuur in mij los. Ja dit is het, dacht ik, en ik twijfelde geen moment meer. Hoewel ik altijd al een vaag idee had gehad dat ik iets met kunst wilde doen, besliste het lot er aanvankelijk anders over. Ik kwam uit een traditioneel gezin en een opleiding aan de kunstacademie was in die dagen voor een burgermeisje uit den boze. Mijn ouders zagen het Sint-Lucasinstituut hier in Hasselt als het oord des verderfs’, lacht Malou Swinnen. ‘Laat de pijn dan maar kort zijn, dacht ik vervolgens, en ik koos voor de kortste opleiding die er bestond; onderwijzeres. Niet lang daarna volgde ik tijdens de woelige jaren zestig een liefde (de beeldend kunstenaar Johan Rosen nvdr) naar Antwerpen. Daar heb ik naar hartelust van de kunstscène en het bohémienleven compleet met honger en kou, kunnen proeven. Mijn van huis uit ingelepelde burgerlijke moraal hield me echter wel wat aan de zijlijn. Ik heb meer gekeken dan dat ik werkelijk heb meegedaan. Na de geboorte van mijn oudste zoon hield ik dat leven voor gezien. Ik werkte aansluitend een aantal jaar als corrector bij Manteau, voor Angèle Manteau en Jeroen Brouwers. Daar is onder meer Gangreen van Jef Geeraerts wel drie keer door mijn handen gegaan: van manuscript tot en met de drukproeven. Uiteindelijk keerde ik terug naar Hasselt, waar ik werk vond als lerares op een middelbare school. Mijn voornaamste zorg was toen brood op de plank krijgen voor mijn twee kinderen. De creativiteit die me altijd zo gefascineerd had, liet ik tegen wil en dank links liggen… Totdat ik eindelijk weleens het leven dat bij mij paste wilde leiden. De fotografie kwam via die kennis heel toevallig op mijn weg en ik was vertrokken! Alles aan fotografie sprak me aan: het solitaire werken in de donkere kamer, het toveren met ontwikkelaar, het nadenken over compositie en contouren. Ik schreef me in voor de avondopleiding aan de Sint-Lucascademie hier in Hasselt. De nadruk lag er op de artistieke en creatieve benadering van fotografie. Dat was exact wat ik wilde.’


foto reportage luc gees

Pasgeboren beelden!

‘Het element toveren in de fotografie zei me veel. Wellicht zegt iedereen die met fotografie bezig is dit, maar baas zijn over licht en donker is werkelijk een wonder. Alleen in de donkere kamer, badend in het rode licht, starend naar een blad maagdelijk wit papier dat drijft in een bad met ontwikkelaar. En dan… als uit het niets opgekomen, verschijnt er op dat papier een beeld! Ik blijf het fascinerend vinden, ook al zit ik haast nooit meer zelf in de doka wegens veel te arbeidsintensief. Ik verkies het om met professionele labo’s samen te werken.
In feite bestaat dat magische moment voor alles wat je schept. Of het nu een treffend gedicht is op een vel papier, of een sculptuur, onthuld uit een groot stuk steen, of zoals toen ik kind was, het opstel op een voorheen onbeschreven blad; het is magie! Maar niets maakt die toverij zo direct aanschouwelijk als een blaadje lichtgevoelig papier ondergedompeld in ontwikkelaar.’



foto reportage luc gees

Het beeld in al zijn naaktheid

‘Fotograferen is kijken, plaatsen, is altijd op zoek zijn naar een soort gulden snede. Mijn interesse gaat vooral uit naar het gelaat. Ik maak uitsluitend portretten. Met de beelden van mensen wil ik het doen. Soms voeg ik daar attributen aan toe. Ik fotografeer louter de oppervlakte, geen psychologische, maar typologische portretten. En die oppervlakte leg ik haarscherp vast.’
Iedere opname wordt gemaakt met een Hasselblad 6x6 camera met een vlijmscherpe lens.
Zwartwitfoto’s worden afgedrukt op ultragevoelig barietpapier.
‘Zo wil ik het graag: ieder oneffenheidje, puistje of litteken, iedere verkleuring op die prachtige, affe, jonge gezichten en lichamen wil ik laten zien. De imperfectie op de perfectie. Het nakende verval tijdens de bloei. Beginnende aftakeling in jeugd… op die manier worden mijn portretten soms iets anders. Een Vanitas misschien of een spel tussen Eros en Thanathos.
Misschien toon ik ook dingen die mensen helemaal niet willen laten zien, maar die ik aan de oppervlakte breng, juist door zo duidelijk die oppervlakte te laten zien! Het onderhuidse komt naar boven als je uiterst geconcentreerd exclusief de bovenlaag toont. De vorm van het gelaat, de ogen… Wat verbergen de ogen? I don’t know’, zegt Malou Swinnen geheimzinnig. ‘Toch zie je een glimp van iets… Maar wat mij betreft, is alles illusie, dus ik weet het niet, hoor. Ik weet niks.
Iedereen is zo verscheiden, zo eigen, dat maakt het voor mij zo boeiend. En om dat te laten zien moet het beeld dus haarscherp zijn, ook al worden daardoor zelfs de tekenen van verval zichtbaar. Perfecte lichamen en gezichten vind ik trouwens kitsch! In Barbieachtige toestanden kun je absoluut geen mens meer herkennen. Eigenlijk laat ik mezelf zien in de echo van ieder portret. Mijn plaats wordt tijdelijk door anderen voor de camera ingenomen. Andere personen die tegelijkertijd ook hun eigen persoonlijkheid meebrengen…
Alles gebeurt voor mij op dat ene moment van opname.’
De opnametijd tussen twee mensen, denk ik.


foto reportage luc gees

Respect!

‘Een beeld dat ik maak moet, wat verhouding en compositie betreft, juist  zijn. Daarmee bedoel ik dat ik nog steeds een stevige harmonische compositie wil zien als ik het beeld omdraai. Zelfs als je niet ziet wat het voorstelt door het op zijn kop te houden, dan nog moeten de contouren in evenwicht zijn. De negatieve ruimte of de restruimte is net zo belangrijk als het portret op zich. Ik maak de compositie nooit van tevoren, maar tijdens de opname zelf op het matglazen plaatje van mijn toestel.’


Foto Malou Swinnen


foto Malou Swinnen


foto Malou Swinnen

Na haar beschrijving vermoed ik dat Malou Swinnen misschien wel dagenlang bezig is met hetzelfde model om tot het juiste beeld te komen. Maar die veronderstelling wordt snel van tafel geveegd: ‘Ik ben zo’n twee à drie uur bezig met één persoon en dat is meestal genoeg. Ik heb veel achting voor de mensen met wie ik werk. Ik bouw altijd een contact met ze op tijdens de foto-opnamen. We praten veel, ik stel ze op hun gemak als het om naaktfoto’s gaat. Als je mijn werk bekijkt, zal het je opvallen dat de foto’s altijd vanuit hetzelfde standpunt zijn gemaakt als het model. Ik sta letterlijk op dezelfde hoogte als zij. Ik kan me namelijk niet hoger of lager plaatsen.  Ik laat een persoon ook nooit liggen. Voor mij voelt dat aan als een belangrijke uiting van respect.

Er is wel een zekere afstand tussen mij en de persoon die ik fotografeer. Dat wil ik ook. De camera zorgt voor een natuurlijke barrière. Op die manier scherm ik me voor een deel af. Ik wil mezelf net genoeg laten kennen als nodig is voor het moment van die opname.’


foto Malou Swinnen

Hoe kiest zij de modellen, wil ik weten.
‘Ik werk nooit met modellen, laat dat duidelijk zijn!’ zegt Malou Swinnen pertinent. ‘Professionele modellen ervaar ik als te gekunsteld. Ik werk met mensen die ik tegenkom op straat of in het café, of die ik via via heb leren kennen. Het zijn meestal vrouwen. Ik vind het boeiend om met vrouwen te werken omdat ze in het poseren soepeler zijn dan mannen en daardoor beter aansluiten bij mijn intuïtieve manier van werken. Soms lijkt het wel dat mannen maar één pose kennen en dat is het dan!’ zegt de fotografe oprecht verontwaardigd.


foto luc gees

Erotiek als esthetiek

‘Ik ga nooit naar schilderijen of portretten van anderen kijken om me daardoor te laten inspireren’, verzekert Malou Swinnen mij. ‘Ik kies voor authenticiteit en werk daarom heel intuïtief. Uiteraard zit in mijn hoofd alles wat ik al ooit gezien heb. Een zekere invloed, zoals van Robert Mapplethorpe, sluit je natuurlijk nooit uit...  Net als hij heb ik een fascinatie voor de schoonheid en de sensualiteit van de huid. Door alle nuances van de huid zoveel mogelijk op het beeld vast te leggen, krijgt een foto iets tactiels en daardoor sensueels. Dit sensuele wil ik graag weergeven. Sensualiteit zit ook in het samenspel van lijnen, van contouren, vormen… Bijna abstract geometrische vormen soms, licht en donkerpartijen, spelen met naaktheid: onthullen en verhullen. Toch wil ik nooit erotisch zijn in mijn foto’s. Het gaat me absoluut niet om erotiek in de zin van seksualiteit, maar erotiek als esthetiek. Het aantrekkelijke, daar gaat het om! Om die reden is de huid zo’n belangrijke factor in mijn werk. Daar belicht ik op en daar richt ik me naar.

Emoties toon ik niet. Alle personen portretteer ik met een zelfde soort gelaatsuitdrukking. Ik wil het zeer elementaire, haast abstracte gezicht laten zien. Het niet-gezicht.’


foto malou swinnen


foto malou swinnen


foto malou swinnen


Een zwarte huid als drager

‘Op dit moment heb ik een expositie in het Stedelijk Museum Vander Keelen in Leuven. Ze hebben me daar gevraagd of ik iets wilde doen met hun verzameling objecten. In dit museum bevindt zich namelijk een gigantische hoeveelheid voorwerpen die dateren van de prehistorie tot en met de negentiende eeuw. Wat begonnen is als een privé-verzameling, is uitgegroeid tot een interessante hoeveelheid tentoongestelde objecten. Het idee was om met vijftig ad random gekozen objecten een tentoonstelling in te richten om het publiek bekend te maken met deze opzienbarende verzameling. Ze vroegen mij om de foto’s voor de bijbehorende catalogus te maken: Cet obscur objet… (du désir: verwijzing naar de film uit 1977 van Louis Bunuel, nvdr).

Ik heb zeven voorwerpen gekozen die ik als attribuut laat fungeren bij een persoon. Ik koos voor zwarte mensen om zodoende de zwarte huid als drager te nemen voor kleurenfoto’s. De inspiratie voor dit concept vond ik bij een schilderij uit het museum. Het doek toont een twaalfjarig zwart jongetje en blank meisje, allebei even mooi uitgedost en geschilderd. Dit beeld intrigeerde me zodanig dat ik het heb laten resoneren in de foto’s. Het schilderij hangt heel prominent in de eerste zaal van de tentoonstelling. Mijn foto’s die in een soort uitsparingen in de muren hangen aan weerszijden van de gang, leiden de bezoeker er naartoe.’


foto malou swinnen


foto malou swinnen


Sublieme schoonheid

‘Ik kies altijd voor mensen tussen achttien en dertig jaar om voor mij te poseren. Op die leeftijd is de mens op zijn mooist. Helemaal af! Daarna doet het verval zijn intrede en dat interesseert me niet meer. Ik wil enkel die sublieme, fascinerende schoonheid weergeven. Ik zou van schoonheid kunnen wenen, tranen voelen opwellen… en ik ervaar het als een groot genot om er naar te mogen kijken.’

Op de weg naar buiten valt mijn oog op een foto van Els Deceukelier met een pakje boter vol in haar mond. Schoonheid en verrassing, dat is het minste wat je over de pakkende foto’s van Malou Swinnen kunt zeggen…

UIT ISEL MAGAZINE NR.06 - OKTOBER 2005
tekst Dorine Esser - foto's reportage Luc Gees

Laatste Nieuws

MALOU SWINNEN 2005

UIT HET ARCHIEF

YVES BEAUMONT 2008

UIT HET ARCHIEF

YVES BEAUMONT
recent werk

Van 03/11/2019 tot 08/12/2019 CAPS, Oosthelling 8 - 8400 Oostende

ADI STEURBAUT
puur /pure

Van 01/11/2019 tot 30/11/2019 ART at Sea, Zeedijk 686 - 8300 Knokke-Heist

Facebook